Conclusie A-G Harteveld 10 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:408
Schuldwitwassen door auto voorhanden te hebben die door medeverdachte (partner van verdachte) is gefinancierd met geld dat afkomstig is uit drugshandel, art. 420quater.1.b Sr. Bewijsklachten. Oordeel dat sprake is van plegen van voorhanden hebben en “redelijkerwijze had moeten vermoeden” toereikend gemotiveerd? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/03249, 17/03256 en 17/03292.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3056
- HR 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:501
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1588
- HR 24 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:772
- HR 24 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ8631
- HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578
- HR 13 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5702
- HR 17 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0625