Conclusie A-G Aben 11 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:303
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 18/02519, 18/02351 P, 18/02352, 18/02973 P, 18/02977 en 19/02150.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/02452 P
Zitting 11 februari 2020
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de betrokkene.
1 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij arrest van 20 april 2018 de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 24 september 2013 met parketnummer 05-901110-09.
2 Er bestaat samenhang met de zaken 18/02351, 18/02352, 18/02519, 18/02973, 18/02977 en 19/02150. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3 Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Namens de betrokkene is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4 Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5 Deze conclusie strekt tot ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Aangehaalde artikelen
Verbonden uitspraken
- HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:547
- Conclusie A-G Aben 11 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:130
- Conclusie A-G Aben 11 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:309
- Conclusie A-G Aben 11 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:132
- Conclusie A-G Aben 11 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:301
- Conclusie A-G Aben 11 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:304
- Conclusie A-G Aben 11 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:131