Conclusie A-G Ettema 31 december 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1221

A-G Ettema heeft conclusie genomen in vijf accijnszaken, waaronder deze. Alle zaken spelen tegen de achtergrond dat van de belanghebbenden accijns is nageheven omdat bij hen partijen minerale olie zijn aangetroffen op hun schip. In een gemeenschappelijke bijlage onderzoekt zij hoe in het kader van artikel 2(1) b van de Wet op de accijns (WA) de bewijslast tussen partijen moet worden verdeeld en welke rol herkomstbescheiden daarbij spelen. In het bijzonder spelen in deze zaak de vragen of de inspecteur onderzoek had moeten verrichten naar de door belanghebbende overgelegde bunkerbonnen respectievelijk dat dat niet nodig was omdat de aangetroffen olie niet de voorgeschreven minimale hoeveelheid herkenningsmiddel bevat. Daarnaast speelt de vraag of de Inspecteur heeft gesteld dat voorafgaand aan het tijdstip dat de belanghebbende de gasolie voorhanden kreeg al een belastbaar feit is ontstaan en over dat goed geen accijns is geheven overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het Unierecht en de nationale wetgeving. A-G Ettema komt tot de slotsom dat het Hof de bewijslast juist heeft verdeeld. Het middel faalt ook voor het overige, omdat de Inspecteur niet heeft gesteld dat eerder een belastbaar feit is ontstaan en over het goed geen accijns is geheven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken