Conclusie A-G IJzerman 29 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1010

A-G IJzerman heeft conclusie genomen over a) of een te laat ingediend verweerschrift mag worden aangemerkt als een 10-dagen stuk en b) of de aan belanghebbende verleende termijn van een week voor schriftelijke reactie daarop had moeten worden verlengd. Het gaat om het beroep in cassatie van de [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 9 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:65. Het woonadres van belanghebbende was volgens het systeem van Beheer van Relaties van de Belastingdienst, een adres te [Q]. Belanghebbende was echter vanaf november 2015 elders gedetineerd. In mei 2016 en juni 2016 zijn verschillende aanslagen inkomstenbelasting opgelegd. Deze zijn geadresseerd aan het adres te [Q]. Aldus hebben die belanghebbende niet bereikt binnen de bezwaartermijn van zes weken. Belanghebbende heeft in januari 2017 bezwaar gemaakt tegen de aanslagen en de daarbij gegeven beschikkingen. De Inspecteur heeft de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding. De Rechtbank heeft de Inspecteur in het gelijk gesteld. Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld bij het Hof. De Inspecteur heeft niet binnen geldende termijn van ver weken een verweerschrift ingediend. Voorafgaand aan de op 14 november 2019 bepaalde zitting, heeft de Inspecteur d.d. 31 oktober 2019 een geschrift ingediend dat door de Inspecteur is aangeduid als ‘verweerschrift’. Dit heeft het Hof toegelaten als nader stuk, eerder dan tien dagen voor de zitting tijdig ingediend, als bedoeld in artikel 8:58 van de Awb. Het Hof heeft belanghebbende bij brief van 6 november 2019 in de gelegenheid gesteld om schriftelijk daarop te reageren. Daarbij heeft het Hof belanghebbende gewezen op de reeds geplande zitting van 14 november 2019 en verzocht om de reactie zo spoedig als mogelijk in te dienen. Belanghebbende heeft voor de zitting geen schriftelijke reactie ingediend. Belanghebbende heeft ter zitting verzocht om aanhouding om alsnog te kunnen komen tot een schriftelijke reactie. De gemachtigde heeft daartoe aangevoerd dat hij nog geen gelegenheid heeft gehad om het schrijven van de Inspecteur d.d. 31 oktober 2019 met belanghebbende te bespreken. Het Hof heeft het verzoek om aanhouding afgewezen. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd en heeft belanghebbendes hoger beroep ongegrond verklaard. In cassatie klaagt belanghebbende er onder meer over dat het Hof ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat aanhouding van de zaak een schending van de goede procesorde zou opleveren. Belanghebbende wil alsnog in de gelegenheid worden gesteld om een schriftelijke reactie in te dienen op het schrijven van de Inspecteur. Het Hof heeft overwogen dat het aanhouden van de onderhavige zaken een vertraging in de procesgang zou opleveren. Gelet op de tijd tussen de ontvangst van het schrijven en de zittingsdatum heeft de gemachtigde van belanghebbende, mede gelet op de omstandigheid dat de gemachtigde heeft bevestigd dat belanghebbende nog in detentie zit, voldoende gelegenheid gehad om het schrijven met belanghebbende te bespreken. Het Hof ziet dan ook niet in waarom belanghebbende, gelet op de inhoud en omvang van het schrijven, niet in staat zou zijn om daarop te reageren. De omvang van het schrijven bedraagt acht bladzijden (inclusief bijlage) en er worden geen nieuwe stellingen ingenomen. De A-G vindt dat geen draagkrachtige motivering, om de navolgende redenen. Een termijn voor schriftelijke reactie van één week is relatief erg kort te noemen. Daarvoor wordt in de regel een termijn gesteld van vier weken. Over het stellen van een termijn van één week is ten onrechte niet tevoren overlegd met de gemachtigde. Het Hof heeft als argument voor de korte termijnstelling ook genoemd dat belanghebbende nog in detentie zat. Daar mag echter niet uit worden afgeleid dat de gemachtigde op elk moment langs kon gaan bij de gedetineerde. De A-G ziet in het gegeven dat het schrijven van de Inspecteur is beperkt tot acht bladzijden (inclusief bijlage) geen reden voor de gemachtigde om dit dan niet te willen bespreken met belanghebbende. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond dient te worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken