Conclusie A-G Hofstee 8 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:89
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/04598, 17/04738, 17/05490 en 18/00253.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
Nr. 17/04698
Zitting: 8 januari 2019
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
1 De verdachte is bij arrest van 20 september 2017 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “medeplegen van moord” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 9.762,65 en aan de verdachte voor datzelfde bedrag een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2 Er bestaat samenhang met de zaken 17/04598, 17/04738, 17/05490 en 18/00253. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
3 Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens haar geen middelen van cassatie voorgesteld.
4 Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5 Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG