Conclusie A-G Spronken 23 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:661
Strafoplegging. De klacht dat het Hof heeft nagelaten ex art. 62 Sr aan te geven welke straf is opgelegd voor de bewezenverklaarde overtreding van art. 107 WVW 1994 is terecht voorgesteld; het Hof had voor de bewezenverklaarde feiten (het misdrijf a.b.i. art. 8.2.b WVW en voornoemde overtreding) twee afzonderlijke straffen moeten opleggen i.p.v. één. HR leest de strafoplegging verbeterd waardoor het middel niet tot cassatie kan leiden. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl