Conclusie A-G Harteveld 9 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:590
Antilliaanse zaak. Passieve omkoping bij verkiezingen in Sint Maarten door geld aan te nemen van vertegenwoordiger van politieke partij in ruil voor stem op die politieke partij, art. 132 SrNA. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte zich heeft laten “omkopen”? Opvatting dat van een voltooide omkoping slechts sprake is indien de omgekochte de gift rechtstreeks heeft aangenomen van de omkoper, is onjuist. Opvatting dat voor bewezenverklaring van het zich laten “omkopen” uit de bewijsvoering dient te volgen dat (de gemachtigde van) een kiezer uitdrukkelijk heeft toegezegd of zich anderszins uitdrukkelijk heeft verplicht in ruil voor de gift het kiesrecht op een bepaalde wijze uit te oefenen, is eveneens onjuist. ’s Hofs oordeel dat indien vast komt te staan dat (de gemachtigde van) een kiezer een gift en/of een belofte aanneemt en daarbij, gelet op de concrete omstandigheden van het geval, de redelijke verwachting wekt dat hij zijn kiesrecht op een bepaalde wijze zal uitoefenen, kan worden bewezenverklaard dat hij zich heeft laten “omkopen” a.b.i. art. 132 SrNA, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Volgt verwerping. Samenhang met 17/03392 A.
De uitspraak op rechtspraak.nl