Conclusie A-G Spronken 21 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:523
Conclusie AG. Verlof ex art. 552p Sv. Duits verzoek tot “doorzoeking en beslaglegging” en “overdacht van bewijsmiddelen” in het kader van een lopend onderzoek naar belastingfraude. Verzoek gegrond op verdrag (ERV) of richtlijn (EOB Richtlijn 2014/41/EU geimplementeerd bij wet van 31 mei 2017, Stb. 2017, 231)? Volgens de AG berust de klacht dat de rechtbank het verzoek ten onrechte als een rechtshulpverzoek gegrond op het ERV heeft opgevat, op een stelling die feitelijke grondslag mist, nl. dat de Duitse autoriteiten een EOB hebben uitgevaardigd. Volgens de Duitstalige stukken is er sprake van rechtshulpverzoek. Dit rechtshulpverzoek is in de Nederlandstalige versie abusievelijk vertaald als EOB. De AG concludeert tot verwerping van het beroep (art. 81.1 RO) en merkt verder een en ander op over de overgangsbepalingen m.b.t. de toepassing van de Richtlijn EOB en de Nederlandse wet ter implementatie daarvan op verzoeken ingediend vóór de inwerkingtreding van de nieuwe Europese regeling voor de ‘kleine rechtshulp’.
De uitspraak op rechtspraak.nl