Conclusie A-G Keulen 19 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:436
Militaire zaak. Gewoontewitwassen, art. 420bis jo. 420ter Sr. Bewezenverklaring witwassen gebaseerd op kasopstelling. HR herhaalt overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:2352 t.a.v. het bewijs van de afkomst uit misdrijf van voorwerpen. Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof – na bespreking van de betwisting door verdachte van een aantal contante uitgaven – geoordeeld dat de uitkomst van de eenvoudige kasopstelling, waaruit een groot verschil van ongeveer € 55.000 blijkt tussen enerzijds de vastgestelde legale contante inkomsten en anderzijds de feitelijke contante uitgaven, het vermoeden van witwassen rechtvaardigt en dat onder die omstandigheden van verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand onwaarschijnlijke verklaring geeft dat genoemd verschil tussen legale inkomsten en feitelijke uitgaven niet van misdrijf afkomstig is. Vervolgens heeft het Hof n.a.v. hetgeen door verdachte is aangevoerd, te weten dat hij aan het begin van de in de kasopstelling in aanmerking genomen periode een groot bedrag aan contant spaargeld had, geoordeeld dat hieromtrent "geen begin van aannemelijkheid" bestaat. Die oordelen zijn onjuist noch onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:1793.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 12 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:217
- HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352
- HR 22 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:743
- HR 24 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:61
- HR 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1196
- HR 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1197
- HR 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1793
- HR 23 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2758
- HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2471