Conclusie A-G Knigge 8 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:27

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op auto onder klaagster t.z.v. ontnemingsprocedure tegen ex-vriend klaagster, waarna auto op last van pandhouder executoriaal is verkocht, executieoverschot is overgemaakt op bankrekening OM en OM dit bedrag, zonder ex art. 116.3 Sv mededeling te doen aan klaagster, heeft overgedragen aan curator in faillissement. Rb heeft klaagster n-o verklaard in haar klaagschrift wegens overschrijding termijn van art. 552a.3 Sv. 1. Termijn van 14 dagen ex art. 116.3 Sv dan wel termijn van drie maanden ex art. 552a.3 Sv van toepassing ingeval van premature teruggave van voorwerp aan ander? 2. Heeft “vervolgde zaak” alleen betrekking op hoofdzaak of ook op ontnemingszaak? 3. Einde van vervolgde zaak in geval van medeverdachten bij conservatoir beslag. Ad 1. Beklag heeft rechtskarakter van beklag omtrent voornemen van OvJ om in afwijking van hoofdregel van art. 116 Sv (opbrengst van) inbeslaggenomen voorwerp aan een ander (curator) dan beslagene (klaagster) te doen teruggeven, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden (vgl. ECLI:NL:HR:1996:AD2480). HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AO5857, inhoudende dat degene aan wie kennisgeving is gedaan na het verstrijken van in art. 116.3 Sv genoemde termijn niet meer kan worden ontvangen in nadien ex art. 552a Sv ingediend klaagschrift strekkende tot teruggave aan hem van inbeslaggenomen voorwerp ook niet indien OvJ t.t.v. indiening klaagschrift nog geen uitvoering heeft gegeven aan zijn voornemen tot teruggave. Argument dat andere opvatting tekort zou doen aan rechtszekerheid, speelt ook een rol indien voorwerp aan een derde is teruggegeven zonder dat tevoren een kennisgeving is gedaan en nadien klaagschrift wordt ingediend. Daar staat tegenover dat in zo'n geval aan klager niet kan worden tegengeworpen dat hij heeft verzuimd om zich tijdig te beklagen over voornemen van OvJ. Mede in aanmerking genomen dat ingeval behandeling van beklag uitmondt in last tot teruggave (waaraan niet kan worden voldaan doordat voorwerp aan derde is teruggegeven), beslagene in beginsel recht heeft op schadevergoeding (vgl. ECLI:NL:HR:1991: ZC8663), brengt redelijke wetstoepassing mee dat in zo'n situatie gedaan beklag moet worden behandeld en beslist als beklag in de zin van art. 552a Sv en dat klaagschrift derhalve moet worden ingediend binnen in art. 552a.3 Sv (onderscheidenlijk art. 552a.4 Sv) genoemde termijn. Ad 2. Rb heeft vastgesteld dat ten laste van ex-partner van klaagster onder klaagster conservatoir beslag is gelegd op auto en dat strafzaak tegen ex-partner moet worden beschouwd als "vervolgde zaak" a.b.i. art. 552a.3 Sv. Die strafzaak is op 7-7-2015 tot een einde gekomen, zodat naar oordeel Rb op 5-9-2016 ter griffie ingekomen klaagschrift niet is ingediend binnen in art. 552a.3 Sv genoemde termijn van drie maanden na het einde van vervolgde zaak. Oordeel Rb is onjuist. Uit art. 552a.3 Sv volgt dat een ex art. 552a Sv zo spoedig mogelijk na inbeslagneming ingediend klaagschrift ontvankelijk is zolang vervolgde zaak niet tot een einde is gekomen. In ECLI:NL:HR:2006:AU6781 is beslist dat uit wetsgeschiedenis van die bepaling o.m. meer volgt dat vervolging niet is geëindigd zolang ontnemingsprocedure nog niet is voltooid. Gegrondheid klacht leidt niet tot vernietiging, omdat door CAG ingewonnen inlichtingen inhouden dat Rb Amsterdam uitspraak heeft gedaan in ontnemingsprocedure tegen ex-partner en dat die uitspraak op 13-1-2016 onherroepelijk is geworden, zodat klaagschrift te laat (niet binnen 3 maanden daarna) is ingediend. Ad 3. In ECLI:NL:HR:2012:BT8947 is overwogen dat aan vervolgde zaak pas een einde komt wanneer vervolgingen van alle verdachten tot een einde zijn gekomen indien beslag is gelegd in zaak waarin verscheidene personen als verdachte zijn aangemerkt, zodat rechter is gehouden vast te stellen of tegen hen ingestelde strafvervolgingen dan wel ingediende ontnemingsvorderingen tot een einde zijn gekomen. In die beschikking gegeven uitleg aan art. 552a.3 Sv is toegesneden op en beperkt tot geval waarin voorwerp o.g.v. art. 94 Sv in beslag is genomen. Ingeval voorwerp ex art. 94a Sv conservatoir in beslag is genomen, is voor beantwoording van vraag of vervolgde zaak tot een einde is gekomen, beslissend of vervolging van degene(n) ten laste van wie beslag is gelegd tot een einde is gekomen. HR merkt op dat wanneer termijn voor het doen van beklag o.g.v. art. 552a Sv is verlopen, tegen het treffen van verhaalsmaatregelen t.z.v. voorwerp dat o.g.v. art. 94a Sv conservatoir in beslag is genomen, bij burgerlijke rechter kan worden opgekomen (vgl. art. 574.1, 574.3 Sv en art. 438 Rv). Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken