Conclusie A-G Harteveld 12 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1337
Caribische zaak. Passieve ambtelijke omkoping door een ambtenaar door als Statenlid van Sint Maarten giften aan te nemen t.b.v. o.m. vergunningsaanvragen van een bordeel, art. 379.1 Wetboek van de Nederlandse Antillen (oud). Klachten dat 1. Hof ten onrechte niet is overgegaan tot n-o verklaring van PG en het beroep op parlementaire onschendbaarheid op onjuiste c.q. ontoereikende gronden heeft verwerpen, 2. uit b.m. niet blijkt dat verdachte door een ongeoorloofde ambtsgedraging zijn plicht heeft verzaakt en 3. beslissing Hof over inbeslaggenomen pistool en munitie in strijd is met art. 397 Wetboek van Strafvordering van Sint Maarten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/00483 A en 18/00484 A.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1135
- HR 7 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2814
- HR 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:641
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 maart 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:10
- HR 8 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1610
- HR 25 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:14
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 15 maart 2013, ECLI:NL:OGHACMB:2013:77
- HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146
- HR 27 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8318
- HR 27 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8330