Conclusie A-G Spronken 17 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1317

Conclusie AG. Beklag ex art. 35a lid 4 Scheepvaartverkeerswet strekkende tot teruggave aan klager van zijn ingevorderde en door het openbaar ministerie ingehouden vaarbewijs, wegens verdenking van varen onder invloed. Uit ingewonnen inlichtingen blijkt dat de officier van justitie het vaarbewijs op 14 mei 2019 heeft teruggegeven aan klager. Deze teruggave is gebaseerd op art. 35a lid 3 sub c Scheepsvaartverkeerswet, waarin is bepaald dat het vaarbewijs onverwijld wordt teruggegeven indien het onderzoek van de strafzaak op de terechtzitting niet binnen 26 weken na de dag van invordering is aangevangen. Volgens de AG moet het er daarom voor worden gehouden dat de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep. De AG stelt zich op het standpunt dat de klager niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen