Conclusie A-G Spronken 5 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1121
Conclusie AG. Smartphone-zaak. Vervolg op HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:588. Onrechtmatigheid onderzoek smartphone en daaraan te verbinden rechtsgevolgen ex art. 359a Sv. Beroep op bewijsuitsluiting. Het hof heeft vastgesteld dat de inhoud van de bij de verdachte inbeslaggenomen smartphones door middel van software volledig zijn uitgelezen, zonder voorafgaande toestemming van de officier van justitie of de rechter-commissaris. Daardoor is er sprake van een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte en een onherstelbaar vormverzuim. In cassatie wordt geklaagd over het oordeel van het hof dat met de enkele constatering van dat vormverzuim kan worden volstaan, o.m. omdat de verdachte niet nader heeft geconcretiseerd waaruit zijn nadeel heeft bestaan. AG gaat in op de vraag in hoeverre de rechter (ambtshalve) moet onderzoeken wat de omvang van die inbreuk is geweest, alvorens te beslissen of, en zo ja welke rechtsgevolgen daaraan moeten worden verbonden zoals bedoeld in art. 359a Sv. In casu heeft het hof dit nagelaten. Daarom is volgens de AG het oordeel van het hof dat geen nadeel is gebleken niet toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1079
- Conclusie A-G Aben 21 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:534
- HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:584
- HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:588
- HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:592
- Conclusie A-G Bleichrodt 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1048
- Hof Arnhem-Leeuwarden 22 april 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2954
- HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321
- HR 13 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9338
- HR 4 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM6673
- HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533