Conclusie A-G Harteveld 17 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1119
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op goederen en data van gegevensdragers t.b.v. verstrekking aan Belgische justitiële autoriteiten. Geen middelen ingediend, betrokkenen n-o. Samenhang met 18/00075 B en 18/00225 B.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/00224
Zitting 17 september 2019
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[klager 2],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
en
[klager 3],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de klagers.
1 De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 2 januari 2018 het klaagschrift dat strekt tot opheffing van het beslag op verschillende in de beschikking genoemde voorwerpen ongegrond verklaard.
2 Er bestaat samenhang met de zaken 18/00075 B en 18/00225 B. Ook in deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3 Namens [klager 2] en [klager 3] is cassatieberoep ingesteld. De aanzeggingen in cassatie zijn op 20 november 2018 ([klager 3]) en 26 november 2018 ([klager 2]) rechtsgeldig betekend. Binnen de in art. 447 lid 5 Sv gestelde termijn van één maand is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
4 Nu niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, kunnen de klagers ingevolge art. 447 lid 5 Sv niet in hun cassatieberoep worden ontvangen.
5 Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de klagers niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG