Conclusie A-G Machielse 20 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:353
Antilliaanse zaak, medeplegen diefstal met geweld (meermalen gepleegd) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapen in Curaçao. Afwijzing voorafgaand aan terechtzitting bij brief gedaan getuigenverzoek. Het Hof heeft het verzoek tot het horen van de getuigen afgewezen nu “in het licht van de reeds afgelegde, uitgebreide verklaringen van de thans verzochte getuigen (...) de verdediging het belang bij het opnieuw horen van deze getuigen niet voldoende [heeft] onderbouwd”. In aanmerking genomen hetgeen de verdediging ter onderbouwing van vorenbedoeld verzoek heeft aangevoerd, alsmede gelet op hetgeen de processtukken blijkens de b.m. inhouden, is dat oordeel niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Art. 6.3.d EVRM verzet zich niet ertegen dat het Hof aldus eisen aan de onderbouwing van het verzoek heeft gesteld. Ook de rechtspraak van het EHRM omtrent het ondervragingsrecht staat er niet aan in de weg dat eisen worden gesteld aan de motivering van een verzoek tot het oproepen en het horen van getuigen. Immers, ook in de rechtspraak van het EHRM komt als op verdachte rustende plicht tot uitdrukking dat hij zo’n verzoek onderbouwt “by explaining why it is important for the witnesses concerned to be heard and their evidence must be necessary for the establishment of the truth” (vgl. ECLI:NL:HR:2017:1015). Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl