Conclusie A-G Harteveld 11 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1481

N-o verklaring in h.b. Het Hof heeft verdachte, op de gronden die zijn vermeld in de CAG, ten onrechte n-o verklaard in zijn h.b. op de grond dat niet tijdig een schriftuur houdende grieven is ingediend. CAG: De brief van de raadsman van 1 april 2016 waarin de griffier wordt gemachtigd h.b. in te stellen tegen het vonnis van 22 maart 2016, de op 1 april 2016 opgemaakte appelakte en de appelschriftuur die blijkens de daarop geplaatste ontvangststempel van de griffie op 14 april 2016 om 12.01 uur naar de griffier van de rechtbank per fax is verzonden, doen ernstig vermoeden dat namens verdachte tijdig (binnen 14 dagen na het instellen van het beroep) een schriftuur houdende grieven a.b.i. art. 410 Sv is ingediend. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen