Conclusie A-G Paridaens 27 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1330
Antilliaanse zaak. Opiumlandsverordening 1960 en Vuurwapenverordening 1930. O.m. bewijsklachten en aanwezigheidsrecht verdachte. CAG: falende bewijsklachten omdat deze grotendeels feitelijke grondslag missen. Bij de klacht dat de verdachte niet bij zijn uitspraak in persoon aanwezig kon zijn (art. 408 Sv Curaçao) heeft verdachte geen belang. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 17/04384A en 17/05185A.
De uitspraak op rechtspraak.nl