Conclusie 3 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1163

Uitspraak vierde kamer. Vordering PG tot herplaatsing en deeltijdontslag van rechter in Rb Noord-Holland als rechterlijk ambtenaar o.g.v. arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, art. 46k.1, 46k.5 en 46o Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. Gelet op de door PG overgelegde stukken en het in raadkamer ingestelde onderzoek, zijn voldoende gronden aanwezig zijn om aan te nemen dat voor betrokkene 21,6 uur als maximaal haalbare werktijd beschouwd dient te worden en dat deze uren door herplaatsing in ambt van rechter kunnen worden ingevuld. Dit leidt vervolgens tot conclusie dat betrokkene voor overige 7,2 uur van haar werktijd voor ontslag als rechterlijk ambtenaar in aanmerking komt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen