Conclusie A-G Vegter 13 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:864

Geen afschrift dagvaarding in e.a. verzonden naar raadsman. Kan rechtsbijstand worden afgeleid uit brief die raadsman i.h.k.v. taakstrafzitting OM heeft verzonden aan OvJ maar die zich niet in het dossier bevond? Art. 39 (oud) en 51 (oud) Sv. Gevolgen wetswijziging regeling. Bij de op 1-3-2017 in werking getreden wijziging van o.m. het WvSv is art. 39.1 (oud) Sv (raadsman geeft schriftelijke kennisgeving van optreden aan de griffier, dan wel hulp-OvJ) vervangen door een regeling die inhoudt dat de gekozen en aangewezen raadsman van hun optreden kennis geven aan de hulp-OvJ, de OvJ en de RC. Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet hoe deze kennisgeving moet worden gedaan en evenmin waarom de (schriftelijke) kennisgeving aan de griffie is vervallen; niet blijkt hoe de raadsman kan verzekeren dat hij door de rechter als zodanig wordt erkend en op de hoogte wordt gesteld van de tz. teneinde aldaar zijn (kern)rol te vervullen (vgl. ECLI:NL:HR:1996:ZD0442). Art. 38 en 40 Sv voorzien evenmin in de verplichting voor de in die bepaling genoemde personen om, indien de zittingsrechter wordt betrokken in de zaak, het desbetreffende gerecht te verwittigen van de kennisgeving van de raadsman. Gelet op het belang van een goede organisatie van de rechtspleging moet onder het huidige wetboek en in afwijking van ECLI:NL:HR:2000:ZD2182 worden aangenomen dat een advocaat die heeft verzuimd aan de griffie van het desbetreffende gerecht schriftelijk kennis te geven dat hij bij de behandeling van de zaak t.tz. zal optreden als gekozen of aangewezen raadsman van verdachte, zich niet met vrucht erop kan beroepen dat hij voor de desbetreffende aanleg ten onrechte niet als raadsman is erkend, dus ook niet indien hij wel de in art. 38.5 en art. 40.2 Sv bedoelde kennisgeving aan de (hulp) OvJ en/of de RC heeft gedaan. Het kennisgeven van optreden bij de behandeling van de zaak t.tz. dient te geschieden bij separaat schrijven waarin voldoende nauwkeurig is aangegeven op welke zaak het optreden betrekking heeft. HR bepaalt voorts als overgangsmaatregel een uitzondering op die regels in gevallen waarin de advocaat zich in de periode van 1-3-2017 tot 1-10- 2017 overeenkomstig art. 38.5 Sv of art. 40.2 Sv heeft gesteld bij de (hulp)OvJ of de RC. I.c. getuigen 's Hofs oordelen dat de brief van 23-5-2013 waarin is verzocht om "het toezenden van stukken" niet kan worden aangemerkt als een schriftelijke kennisgeving a.b.i. art. 39 (oud) Sv en dat niet uit enig in het dossier aanwezig stuk is gebleken dat verdachte voor de zitting in e.a. was voorzien van rechtsbijstand door een raadsman, niet van een onjuiste rechtsopvatting en zijn zij niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken