Conclusie A-G Vegter 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:809

Geen afschrift dagvaarding in e.a. verzonden naar raadsman. Kan rechtsbijstand worden afgeleid uit verzetschrift tegen strafbeschikking van raadsman? Art. 39 (oud) en 51 (oud) Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2000:ZD2182, ECLI:NL:HR:2015:3320 en ECLI:NL:HR:2012:BY4303 m.b.t. de gevallen waarin uit enig in het dossier aanwezig stuk moet worden afgeleid dat verdachte voor de desbetreffende aanleg is voorzien van rechtsbijstand door een raadsman, zodat de raadsman ex art. 51 (oud) Sv een afschrift van de dagvaarding moet worden verzonden. Het middel berust kennelijk op de opvatting dat een ex art. 257e Sv ingediend verzetschrift door een daartoe gemachtigde advocaat steeds heeft te gelden als een dergelijk stuk. Die opvatting is, mede gelet op de wetsgeschiedenis, in haar algemeenheid onjuist. ’s Hofs oordeel dat het verzetschrift niet in die zin behoefde te worden opgevat dat verdachte zich in e.a. van rechtsbijstand door een raadsman had voorzien en dat het voorschrift van art. 51 (oud) Sv niet is geschonden, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen de inhoud van het verzetschrift dat naar de kern genomen niet meer inhoudt dan dat verzet wordt gedaan, de raadsman is gevolmachtigd tot indiening daarvan en wordt verzocht de zaak bij de politierechter aan te brengen en aan de raadsman een ontvangstbevestiging te zenden. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2017:2250 voor gevolgen van wijziging van regeling van art. 39 Sv m.i.v. 1-3-2017. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken