Conclusie A-G Machielse 12 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:81

Kwalificatie. Vrijheidsberoving en gijzeling. Artt. 282 en 282a Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:1695 m.b.t. het feit dat de dader van het in art. 282a Sr omschreven feit slechts strafbaar is indien hij handelt met het oogmerk een ander dan de gijzelaar te dwingen iets te doen of niet te doen en ECLI:NL:HR:2004:AO0609 m.b.t. het feit dat met ‘een ander’ in art. 282a.1 Sr niet alleen gedoeld wordt op iemand die niet wederrechtelijk van zijn vrijheid is beroofd. De omstandigheid dat ook ‘die ander’ van zijn vrijheid is beroofd staat niet aan toepassing van art. 282a Sr in de weg. I.c. had het Hof de bewezenverklaring wat betreft X en Y moeten kwalificeren als “medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd’ en wat betreft A en B als “medeplegen van gijzeling, meermalen gepleegd”. De HR verbetert de kwalificatie. Voor zover het middel klaagt dat de onjuiste kwalificatie moet leiden tot vernietiging van de strafoplegging kan het niet tot cassatie leiden, nu gelet op de bewezenverklaarde feiten moet worden aangenomen dat het Hof in de verbeterde kwalificatie geen aanleiding zou hebben gevonden tot het opleggen van een lagere straf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen