Conclusie A-G Bleichrodt 12 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:649
Art. 80a RO. Samenhang met 15/00178.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
Nr. 15/00179
Zitting: 12 april 2016
Mr. F.W. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[verdachte]
1 De verdachte is bij arrest van 18 december 2014 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens 1. “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod” en 2. “smaadschrift” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen beslist op de wijze zoals in het arrest is weergegeven.
2 Er bestaat samenhang met de ontnemingszaak tegen de verdachte met nummer 15/00178 P. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3 Namens de verdachte heeft mr. H.D. Postma, advocaat te Leeuwarden, een schriftuur ingediend.
4 Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
5 Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG