Conclusie A-G IJzerman 23 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:562
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade tegen de uitspraak van gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 23 oktober 2015, nr. 14/01115, ECLI:NL:GHSHE:2015:4323. Op grond van de Wet inzake de bevordering van integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur met betrekking tot beschikkingen of overheidsopdrachten (Wet BIBOB) kunnen bestuursorganen, zoals in casu het College, na onderzoek een aangevraagde vergunning weigeren, indien er sprake is van gevaar dat in het kader waarvoor de vergunning is aangevraagd strafbare feiten zijn of zullen worden gepleegd. Ingevolge de op artikel 229, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet gebaseerde Verordening op de heffing en invordering van leges 2013 van de gemeente Kerkrade, worden leges geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als genoemd in de Verordening. In casu gaat het om leges terzake van de aanvraag voor een vergunning tot exploitatie van een escortbedrijf. In de Verordening is bepaald dat het tarief voor het in behandeling nemen van zo een aanvraag wordt verhoogd indien ter zake een zogeheten BIBOB-intake en -screening heeft plaatsgevonden. Belanghebbende heeft een aanvraag ingediend voor een vergunning tot exploitatie van een escortbedrijf in de gemeente Kerkrade. Naar aanleiding van de vergunningaanvraag heeft de gemeente Kerkrade belanghebbende op 2 september 2013 gehoord, bij wege van een ‘intake-gesprek’; daarbij heeft ook een zogenoemde ‘BIBOB-intake’ plaatsgehad. Vervolgens heeft het hoofd van de afdeling Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente Kerkrade aan belanghebbende bij brief van 8 oktober 2013 meegedeeld dat geen bezwaar bestaat tegen de exploitatie van een escortservice door belanghebbende, omdat er bij het BIBOB-onderzoek geen onregelmatigheden zijn aangetroffen die vrees voor misbruik van de vergunning zouden rechtvaardigen. Op 10 oktober 2013 is de vergunning verleend. Ter zake van deze aanvraag is belanghebbende leges tot een bedrag van € 325 verschuldigd. Dit is op zichzelf niet in geschil. Echter, het bedrag van de ter zake van de vergunningaanvraag verschuldigde leges is, in de aan belanghebbende uitgereikte legesnota van 23 september 2013, met € 568 verhoogd, omdat bij het behandelen van de aanvraag BIBOB-procedures zijn gevolgd. Belanghebbende verzet zich in deze procedure tegen die verhoging. In geschil is of de gemeente Kerkrade op grond van de Gemeentewet bevoegd is om ter zake van de voormelde vergunningaanvraag aanvullend leges te heffen ter zake van het in dat kader door de gemeente Kerkrade uitgevoerde BIBOB-onderzoek. Het College stelt daartoe dat de onderhavige BIBOB-werkzaamheden rechtstreeks en grotendeels verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Aldus zou hier sprake zijn van werkzaamheden als bedoeld in artikel 229, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet, zodat ter zake van deze BIBOB-werkzaamheden leges kunnen worden geheven. Het Hof heeft het betoog van de Heffingsambtenaar verworpen dat de BIBOB-intake en screening onderdeel zouden uitmaken van het in behandeling nemen van de aanvraag, waardoor in zijn totaliteit sprake is van dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Naar het oordeel van het Hof dienen de BIBOB-intake en -screening te worden beschouwd als een afzonderlijk traject, ook al vindt dat onderzoek plaats in het kielzog van het aanvragen van een vergunning voor het exploiteren van een escortbedrijf. Het BIBOB-onderzoek vergt volgens het Hof een heel ander type onderzoek dan de beoordeling van een vergunning voor het exploiteren van een escortbedrijf. Het Hof is daarom gekomen tot het oordeel dat niet kan worden aangenomen dat een BIBOB-onderzoek of de inzet van het BIBOB-instrumentarium in overheersende mate verband houdt met individualiseerbare belangen van aanvragers van vergunningen. Daarom is het op grond van dergelijke aanvragen verrichten van een BIBOB onderzoek of het inzetten van het BIBOB-instrumentarium, volgens het Hof geen dienst in de zin van artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, zodat heffing van leges uit dien hoofde niet is toegestaan. Dat oordeel wordt door het College in cassatie bestreden. De A-G leidt uit de parlementaire behandeling van de Wet BIBOB af dat met de inzet van het BIBOB instrumentarium het algemene publieke belang wordt gediend dat een aangevraagde vergunning, na onderzoek, kan worden geweigerd, indien aannemelijk is dat een vergunning wordt misbruikt in het kader van criminele activiteiten. Zo wordt beoogd te voorkomen dat de overheid dergelijke activiteiten door enige vergunning verlening zou faciliteren. De A-G merkt op dat BIBOB-werkzaamheden weliswaar in gang kunnen worden gezet naar aanleiding van een vergunningaanvraag, maar volgens de A-G verliezen zij daardoor niet hun eigen algemeen publieke karakter. Aldus meent de A-G dat de onderhavige BIBOB-werkzaamheden niet rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang, zodat een op die BIBOB-werkzaamheden betrekking hebbende legesheffing in strijd is met artikel 229, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet en daarom niet is toegestaan. De conclusie strekt tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof 's-Hertogenbosch 23 oktober 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:4323
- Rb. Limburg 23 december 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:11192
- Rb. Limburg 19 november 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:9891
- HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ0693
- HR 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4105
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 9 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ4105
- HR 17 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1253
- HR 10 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7217
- HR 13 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AI0408
- HR 11 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2174
- HR 7 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2090
- HR 14 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5120
- HR 9 december 1987, ECLI:NL:HR:1987:AD3301