Conclusie A-G Spronken 22 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1442

Voorhanden hebben en dragen van nepvuurwapen, art. 13.1 WWM, en uitzondering voor speelgoedvoorwerpen, art. 3, aanhef en onder a, Regeling wapens en munitie (RWM). Beroep op Richtlijn 2009/48/EG betreffende de veiligheid van speelgoed. Door het bewezenverklaarde te kwalificeren als "handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie" heeft het Hof kennelijk geoordeeld dat het klappertjes speelgoedpistool geldt als een wapen a.b.i. art. 2.1 aanhef en onder 7° bij Categorie I, WWM en dat dit voorwerp niet kan worden aangemerkt als speelgoedvoorwerp a.b.i. de Richtlijn, zodat de in art. 3, aanhef en onder a, RWM vermelde uitzondering zich niet voordoet. Dit oordeel is zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Uit de b.m. noch uit de bewijsoverwegingen kan worden afgeleid dat en waarom het klappertjes speelgoedpistool niet moet worden beschouwd als speelgoed in de zin van de Richtlijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken