Conclusie A-G Harteveld 9 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:122

Art. 395.2 Sv (opmaken pv van de tz) en 395a.1 Sv (stempelvonnis). De verdachte heeft binnen drie maanden na de uitspraak van de Ktr beroep in cassatie ingesteld. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het vonnis geen vonnis betreft a.b.i. 410a.1 Sv, heeft de Ktr ten onrechte volstaan met een door hem gewaarmerkte aantekening a.b.i. art. 395a.1 Sv. Het verzuim pv op te maken a.b.i. 395.2.ahf onder c Sv leidt tot nietigheid van het onderzoek ttz en van de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken