Conclusie A-G Niessen 10 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:121
Studieuitgaven die hebben geleid tot kennisuitbreiding zijn geen werkzaamheidskosten, verwijzing ter verdere behandeling Belanghebbende geniet in het aanslagjaar 2011 resultaat uit overige werkzaamheden. Bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2011 heeft de Inspecteur de aftrek ten laste van het resultaat van uitgaven ter zake van reis en verblijf, verband houdende met door belanghebbende gevolgde cursussen in Leiden en Straatsburg, geweigerd. In geschil is of dit terecht is. Belanghebbende wil de uitgaven volledig aftrekken. De rechtbank Den Haag stelt belanghebbende in het ongelijk en baseert zich daarbij op een arrest van de Hoge Raad van 1 november 1995, waarin werd beslist dat cursusuitgaven niet aftrekbaar zijn indien deze niet uitsluitend leiden tot de instandhouding van kennis, maar tevens leiden tot de uitbreiding van kennis. Het Gerechtshof Den Haag (hierna: het Hof) verklaart het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank gegrond en oordeelt dat belanghebbende de zakelijkheid van de uitgaven aannemelijk heeft gemaakt. A-G Niessen meent dat als hoofdregel heeft te gelden dat uitgaven als ‘bedrijfskosten’ aftrekbaar zijn indien zij zijn gedaan in het kader van de onderneming of de werkzaamheid van een belastingplichtige. Hij wijst op consistente jurisprudentie waaruit volgt dat uitgaven voor een studie aangemerkt worden als bedrijfskosten indien zij zijn gedaan om bestaande en in de onderneming of werkzaamheid aangewende kennis te verdiepen of bij te houden, en niet indien deze zijn gedaan met het oog op uitbreiding van de persoonlijke bagage. Deze regel voor studieuitgaven acht de A-G een consistente uitwerking van de genoemde hoofdregel. Uitgaven die zijn gedaan met het oog op de uitbreiding van de persoonlijke bagage leiden immers tot een verlegging van de grenzen van de onderneming, zodat deze noodzakelijkerwijze niet tot de kosten van de huidige onderneming kunnen worden gerekend. Wel kan een deel van deze uitgaven als persoonlijke aftrekpost ten laste van belanghebbendes inkomen worden gebracht. De A-G meent tot slot dat er ruimte gelaten zou moeten worden voor gevallen waarin een nieuw verkregen bevoegdheid leidt tot een zeer beperkte uitbreiding. In de onderhavige zaak heeft het Hof volgens de A-G ten onrechte voornoemde regel niet toegepast. Het Hof heeft zich niet uitgalaten over de (feitelijke) vraag of de door belanghebbende gevolgde studies tot een nieuwe bevoegdheid hebben geleid. De A-G concludeert derhalve dat verwijzing ter verdere behandeling door het Hof moet volgen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Den Haag 28 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2054
- Rb. Den Haag 11 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2988
- Hof 's-Gravenhage 20 oktober 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BL4593
- HR 28 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN9069
- HR 2 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2606
- HR 2 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2610
- HR 18 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2488
- HR 1 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3146