Conclusie A-G Vellinga 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:106
Ontuchtige handelingen, art. 245 Sr. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte destijds een vijftienjarige leerling van een middelbare school was en aangeefster een twaalfjarige leerling van een basisschool, mede gelet op de ontwikkeling van verdachte en van aangeefster, een gelijkwaardige verhouding tussen verdachte en aangeefster niet waarschijnlijk was, verdachte en aangeefster elkaar nauwelijks kenden en er verregaande seksuele handelingen in een schuurtje plaatsvonden. Tegen de achtergrond van het belang dat art. 245 Sr beoogt te beschermen en in het licht van hetgeen door het Hof is vastgesteld, geeft ’s Hofs oordeel dat de seksuele handelingen “ontuchtige handelingen” a.b.i. art. 245 Sr zijn, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het ook niet onbegrijpelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl