Conclusie A-G Harteveld 13 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1043
Islamitisch huwelijk vóór burgerlijk huwelijk. Imam verricht vijf islamitische huwelijksplechtigheden voordat partijen hem hebben doen blijken dat hun huwelijk t.o.v. de ambtenaar van de burgerlijke stand is voltrokken, art. 449.1 Sr. 1. Falende bewijsklacht feit 2 “voordat partijen hem (…) hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken”. 2. Slagende bewijsklachten feiten 4 en 5 “voordat partijen hem (…) hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken”. Ad 1. Aangevoerd wordt dat de gebezigde b.m. de met de bewezenverklaring onverenigbare mogelijkheid openlaten dat partijen in het buitenland of t.o.v. een diplomatieke of consulaire ambtenaar zijn gehuwd en dat zij vóór de islamitische huwelijkssluiting een bewijsstuk daarvan aan verdachte hebben overgelegd. Daargelaten dat de aldus geopperde mogelijkheid een onderzoek van feitelijke aard vergt waarvoor in cassatie geen plaats is, stuit het middel reeds af op de omstandigheid dat uit het p-v van de tz. in h.b. niet blijkt dat aldaar door of namens verdachte is aangevoerd dat hem daadwerkelijk zo’n bewijsstuk is overgelegd. Ad 2. Aangezien het onder 4 en 5 bewezenverklaarde, v.zv. telkens inhoudende dat verdachte "voordat partijen hem (...) hadden doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand was voltrokken" enige godsdienstige plechtigheid daartoe betrekkelijk heeft verricht, niet z.m. kan worden afgeleid uit de door het Hof gebezigde b.m., is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed. CAG: anders t.a.v. afdoening slagende bewijsklachten.
De uitspraak op rechtspraak.nl