Conclusie A-G Knigge 6 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:97

Geen identiteitscontrole. V.zv. het middel berust op de opvatting dat reeds de omstandigheid dat de opsporingsambtenaren de identiteit van de aangehouden persoon niet hebben vastgesteld op de voet van art. 55c Sv jo. art. 27a.1.eerste en tweede volzin, Sv meebrengt dat de opgave van de persoonsgegevens van het bewijs moet worden uitgesloten, faalt het. Die opvatting is onjuist. Het enkele ontbreken van de voorgeschreven identiteitscontrole betekent immers niet dat de opgave van de personalia onjuist of onbetrouwbaar is, laat staan dat reeds daardoor van een eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM geen sprake is. V.zv. het middel ’s Hofs oordeel bestrijdt dat over de juistheid van de opgave van de identiteitsgegevens van de bestuurder redelijkerwijs geen twijfel bestaat, faalt het eveneens. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en is, mede in aanmerking genomen hetgeen de verdediging heeft aangevoerd, toereikend gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken