Conclusie A-G Vlas 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:687

Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

Zaak 15/01772

Mr. P. Vlas

Zitting, 22 mei 2012

Conclusie inzake:

[verzoekster]

tegen

De Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst)

(hierna te noemen: de Staat)

1 Bij beschikking van 15 januari 2015 heeft de rechtbank Den Haag het verzoek van [verzoekster] tot vaststelling van het Nederlanderschap afgewezen.

2 Bij verzoekschrift, op 15 april 2015 ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, heeft mr. L.C. Blok namens [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift voldoet niet aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv dat het is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Bij brief van 17 april 2015 heeft de griffie van de Hoge Raad mr. Blok bericht dat het verzuim binnen 14 dagen kan worden hersteld. Bij schrijven van 1 mei 2015 heeft mr. Blok verzocht om verlenging van deze termijn met 14 dagen. De rolraadsheer heeft dit verzoek afgewezen, hetgeen aan mr. Blok bij brief van 8 mei 2015 door de griffie van de Hoge Raad is medegedeeld.

3 Nu het genoemde verzuim niet is hersteld binnen de daarvoor gestelde termijn, kan [verzoekster] niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.

4 De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken

Verbonden uitspraken