Conclusie A-G Spronken 8 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1793
Zambezi-zaak: verdachte is ex-gedeputeerde Groene Partij UPB. Antilliaanse zaak. OM-cassatie. Art. 282.1 Sv BES, kennisgeving van niet verdere vervolging. Uit voornoemde bepaling volgt dat verdachte aan wie een kennisgeving van niet verdere vervolging is betekend, niet kan worden vervolgd, tenzij tegen hem nieuwe bezwaren bekend zijn geworden. Het GEA heeft in zijn door het Hof bevestigde vonnis vastgesteld dat de kennisgeving van niet verdere vervolging op 19-02-2011 aan verdachte is betekend en dat niet is gebleken van nieuwe feiten. Kennelijk is bedoeld daarmee tot uitdrukking te brengen dat tegen verdachte geen nieuwe bezwaren bekend zijn geworden. Die vaststelling is niet onbegrijpelijk. Dat betekent dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat het OM n-o is in de vervolging van verdachte t.z.v. het onder 1, 2, 4 en 5 tlgd. Nu dit oordeel juist is, faalt het middel, wat er ook zij van de kennelijk aan voormeld oordeel ten grondslag liggende opvatting dat, ook zonder dat de wet daarin voorziet – zoals hier het geval is –, het rechtsgevolg dat art. 282.1 Sv BES verbindt aan een kennisgeving van niet verdere vervolging, daaraan kan worden ontnomen door een nadien door het Hof gegeven bevel tot vervolging.
De uitspraak op rechtspraak.nl