Conclusie A-G Vellinga 21 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1006
Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BX4998. Art. 184 Sr en art. 447e Sr. V.zv. het middel betoogt dat het Hof zijn oordeel dat art. 447e Sr niet heeft te gelden als specialis van art. 184 Sr niet heeft gemotiveerd, faalt het bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het middel dat steunt op de opvatting dat in de gegeven omstandigheden de vervolging van verdachte t.z.v. art. 184 Sr als “disproportioneel” moet worden aangemerkt en dient te leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging, gaat uit van een onjuiste rechtsopvatting. De vervolgingsbeslissing van het OM leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een n-o verklaring van het OM in de vervolging op de grond dat die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde (ECLI:NL:HR:2012:BX4280). Het oordeel van het Hof dat de onderhavige vervolging t.z.v. art. 184 Sr “als niet disproportioneel kan worden aangemerkt” is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Overige middelen: art. 81.1 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl