Conclusie A-G Niessen 27 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:337
Aan belanghebbende is voor het jaar 2004 een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd alsmede een vergrijpboete. Voorts is voor het jaar 2005 een aanslag IB/PVV opgelegd alsmede een vergrijpboete. In geschil is de vraag of het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV 2004 gerechtvaardigd kan worden op grond van kwade trouw van belanghebbende met betrekking tot het in aftrek brengen van rentekosten in verband met de eigen woning. Voorts is in geschil of de vergrijpboeten voor de jaren 2004 en 2005, opgelegd met betrekking tot de correctie op de in de aangiften in aftrek gebrachte kosten van de eigen woning, terecht zijn opgelegd. De Rechtbank heeft de beroepen van belanghebbende gegrond verklaard. Het Hof overwoog dat belanghebbende ten onrechte in zijn aangifte IB/PVV 2004 heeft vermeld dat de Spaanse woning zijn hoofdverblijf was. Aannemelijk is dat belanghebbende – die op belastinggebied werkzaam was – wist dat een woning in het buitenland slechts in uitzonderingssituaties een ‘hoofdverblijf’ kon vormen. Niet was pleitbaar dat belanghebbende zich in zijn aangifte IB/PVV op het standpunt stelde dat hij in Nederland woonde en tegelijk in zijn aangifte het standpunt innam dat het hoofdverblijf in Spanje was gelegen. Belanghebbende had derhalve de Inspecteur opzettelijk onjuiste informatie verstrekt. Daaraan deed niet af dat belanghebbende in een bij de aangifte gevoegd document aan de Inspecteur wel de juiste gegevens heeft verstrekt. De vergrijpboeten acht het Hof passend en geboden nu belanghebbende de aftrekpost ten onrechte en bewust in de aangiften IB 2004 en 2005 heeft opgenomen. A-G Niessen concludeert dat belanghebbende door als inwoner van Nederland een woning in Spanje aan te merken als eigen woning in de zin der wet te dezen niet een verdedigbaar standpunt heeft ingenomen. Voor zover het beroep in cassatie zich overigens richt tegen het door het Hof aannemen van kwade trouw met betrekking tot het in aftrek brengen van rentekosten in verband met de eigen woning geldt dat het gaat om oordelen van het Hof die van feitelijke aard zijn en niet onbegrijpelijk. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:32
- HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY7673
- Hof Amsterdam 28 februari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4642
- Conclusie A-G IJZERMAN 10 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY7673
- HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN7194
- Hof Amsterdam 3 maart 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ7215
- Hof Arnhem 30 maart 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BM0546
- Hof 's-Hertogenbosch 18 december 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BL8900
- Rb. Arnhem 20 april 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BM9597
- Rb. Haarlem 17 maart 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AY5992
- Hof Amsterdam 8 februari 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AT0478