Conclusie A-G Langemeijer 4 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:331
Art. 80a lid 1 RO. Cassatieprocesrecht. Geen ondertekening cassatieverzoekschrift door advocaat, art. 426a lid 1 Rv. Ontvankelijkheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
14/00954
Mr. F.F. Langemeijer
4 april 2014 (art. 80a RO)
Conclusie inzake het verzoek van
[betrokkene]
1 Bij beschikking van 23 december 2013 heeft de rechtbank Noord-Nederland op verzoek van de officier van justitie een voorlopige machtiging verleend tot opneming van verzoeker tot cassatie (hierna: betrokkene) in een psychiatrisch ziekenhuis (art. 2 Wet Bopz).
2 Bij schrijven van 16 januari 2014, ingekomen 20 januari 2014, heeft verzoeker te kennen gegeven beroep in cassatie te willen instellen tegen deze beschikking. Van de zijde van de griffie van de Hoge Raad is hem medegedeeld dat het verzoekschrift op grond van art. 426a Rv dient te zijn ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Het verzuim is niet hersteld. Bij brief van 7 februari 2012 (lees: 2014) heeft betrokkene laten weten dat hij, desondanks, zijn verzoek handhaaft. Inmiddels is ook de cassatietermijn ongebruikt verstreken.
3 De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.