Conclusie A-G Bleichrodt 25 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2810
OM-cassatie na ovar. Scheepvaartverkeerswet, Besluit toepassingverklaring Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972 (hierna: Besluit), Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972, en Wet installaties Noordzee. Verdachte heeft met zijn onder Duitse vlag zeevarende vissersschip een bijna-aanvaring gehad met een Nederlands boorplatform dat zich buiten de Nederlandse territoriale wateren bevond op het Nederlands deel van het Continentaal Plat. Het middel berust op de opvatting dat nu het feit zich heeft voorgedaan op het Nederlands deel van het Continentaal Plat o.g.v. art. 1.2 van het Besluit toepassing kan worden gegeven aan de Wet Installaties Noordzee, ingevolge welke wet rechtsmacht bestaat voor strafbare feiten gepleegd op het Nederlands deel van het Continentaal Plat. Die opvatting is onjuist. De bepaling van rechtsmacht strekt zich slechts uit tot de overtreding van voorschriften die strafbaar zijn en naar uit het voorgaande volgt is daarvan voor een vreemd schip op dat deel van de volle zee geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl