Conclusie A-G Spronken 8 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1752
Moord, voorbedachte raad. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:963, NJ 2014/156. Uit ’s Hofs vaststellingen kan niet zonder meer worden afgeleid wanneer het voornemen van vd om X en Y van het leven te beroven is ontstaan, terwijl blijkens die vaststellingen de omst. dat X en Y - mooi gekleed, zonder bloedsporen en plezierig pratend - langs vd liepen hem kwaad maakte, vd op dat moment zichzelf niet meer was en hij het vuurwapen nam, in de richting van het huis liep, binnenging en vuurde. Niet begrijpelijk is op grond waarvan het Hof kennelijk heeft geoordeeld dat niet sprake was van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, alsmede dat vd voldoende gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1560
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1561
- HR 11 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:528
- HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:347
- HR 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:294
- HR 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:16
- HR 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:17
- HR 10 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1754
- HR 5 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1111
- HR 5 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1112
- HR 5 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1113
- HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963
- HR 6 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP9394
- HR 26 mei 1992, ECLI:NL:HR:1992:AD1686