Conclusie A-G Hofstee 20 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:882
Profijtontneming. Rechtsbijstand. Het Hof heeft klaarblijkelijk noch in de uit het pr-v ttz. in h.b. blijkende f&o omtrent de persoon en de persoonlijkheid van betrokkene noch in de omstandigheid dat de betrokkene krachtens een bevel medebrenging onvrijwillig ttz. was verschenen, aanleiding gevonden voor nader onderzoek of de betrokkene - met het oog op waarborging van diens recht op een eerlijk proces - bijstand van een raadsman behoefde. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Verweven als het is met aan het Hof voorbehouden waarderingen van feitelijke aard, kan dat oordeel niet verder op juistheid worden onderzocht. Gelet op het verhandelde ttz. zoals daarvan blijkt uit voormeld p-v, is dat oordeel ook niet onbegrijpelijk
De uitspraak op rechtspraak.nl