Conclusie A-G Machielse 20 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:881
Economische zaak. Gasflessen (drukhouders). In aanmerking genomen dat het etiketteringsvoorschrift zoals vervat in het ADR (Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route) ertoe strekt dat met het oog op een doeltreffende bescherming van mens en milieu snel en eenvoudig kan worden vastgesteld of gevaarlijke stoffen worden vervoerd en zo ja welke, geeft ’s Hofs oordeel dat elke gevulde althans niet geheel lege drukhouder diende te zijn voorzien van een gevaarsetiket en dat zulks niet anders is doordat alle houders dezelfde stof bevatten en in dezelfde kooi werden vervoerd, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel behoefde geen nadere motivering. Tegen de achtergrond van ’s Hofs kennelijke oordeel dat van algemene bekendheid is dat propaan en butaan bij normale temperatuur en normale druk gasvormig zijn en dat derhalve uit de omstandigheid dat zich in de houders vloeistof bevond, moet worden afgeleid dat de inhoud van de houders nog onder druk stond, geeft ’s Hofs oordeel dat niet kan worden gezegd dat de houders leeg waren i.d.z.v. het ADR, randnummer 5.2.2.2.1.2, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. ’s Hofs oordeel is voorts zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl