Conclusie A-G Machielse 28 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:848

Vuurwerkbesluit (oud). Het Hof heeft i.h.k.v de beantwoording van de vraag of sprake is van het voorhanden hebben van ‘consumentenvuurwerk’ a.b.i. de op art. 1.2.2 lid 1 onder a Vuurwerkbesluit (oud) toegesneden tll. het onderhavige vuurwerk aangemerkt als bestemd voor particulier gebruik i.d.z.v. art. 1.1.1 lid 1 jo. 1.1.2 lid 1 onder b en d Vuurwerkbesluit (oud). Daartoe heeft het Hof vastgesteld dat het desbetreffende vuurwerk was bestemd voor de medeverdachte, dat deze het vuurwerk in ontvangst zou nemen en ten dele dadelijk zou doorleveren, dat medeverdachte als exploitant van zijn eenmanszaak moet worden aangemerkt en dat hij niet in het bezit was van een vergunning voor opslag van vuurwerk of van een ontbrandingsvergunning. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. De opvatting dat art. 1.1.1 lid 4 Vuurwerkbesluit (oud) eraan in de weg staat aan de vaststellingen van het Hof de conclusie te verbinden dat sprake is van het voorhanden hebben van ‘consumentenvuurwerk’ is onjuist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen