Conclusie A-G Hofstee 27 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX4736

Profijtontneming. Art. 588a.1.ahf.c Sv. De vermelding van het adres “post/verblijf/huidig adres’’ X in de appelakte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van art. 588a.1.ahf.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Uit de omstandigheid dat i.h.k.v. de betekening van de appeldagvaarding bekend is geworden dat verdachte nadien op een ander GBA-adres bleek te zijn ingeschreven, kon het Hof niet z.m. afleiden dat verdachte het adres X niet wenste te handhaven als adres waar hij een afschrift van de appeldagvaarding wenste te ontvangen. Niet blijkt dat een afschrift van de appeldagvaarding aan adres X is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending ex art. 588a.3 Sv achterwege kon blijven. Daarom had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ttz. te schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog daarbij tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ttz. in h.b. en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen