Conclusie A-G Vegter 18 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX4497

Art. 588a Sv. De vermelding van het adres X in de aan de akte rechtsmiddel gehechte schriftelijke bijzondere volmacht van verdachte a.b.i. art. 450.1.b Sv kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van art. 588a.1.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Gelet daarop mag de omstandigheid dat de vermelding van dit adres in de appelakte achterwege is gebleven, niet ten nadele van verdachte strekken. Niet blijkt dat een afschrift van de appeldagvaarding aan adres X is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending ex art. 588a.3 Sv achterwege kon blijven. Daarom had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ttz. te schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog daarbij tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat leidt tot nietigheid van het onderzoek ttz. in h.b. en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen