Conclusie A-G Hofstee 26 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9191
1. Bevestiging vonnis. 2. Art. 359.2 Sv, uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (uos) m.b.t. het zwaar lichamelijk letsel. 3. Uitspraak innerlijk tegenstrijdig m.b.t. de schadevergoedingsmaatregel? Ad 1. Het ligt op de weg van de appelrechter om kennelijke schrijffouten die voorkomen in het vonnis van de eerste rechter, waaronder schrijffouten in de bewezenverklaring, te verbeteren. Zo’n verbetering van de bewezenverklaring houdt slechts in een vaststelling van de juiste inhoud van de bewezenverklaring en niet een ander oordeel omtrent hetgeen bewezen is. Geen rechtsregel en i.h.b. niet art. 423.1 Sv verzet zich in zo’n geval tegen bevestiging van het vonnis. Ad 2. Hetgeen door de raadsman t.tz. in h.b. naar voren is gebracht m.b.t. het causale verband kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof naar voren is gebracht. Het Hof is in zijn arrest van dit uos afgeweken door het strafverzwarende gevolg bewezen te verklaren. Nu de bewijsvoering voldoende gegevens bevat ter nadere motivering van het niet aanvaarden van het uos, heeft het Hof in voldoende mate de redenen opgegeven die tot afwijking van het uos hebben geleid. Ad 3. In aanmerking genomen dat het Hof heeft overwogen dat het “geen reden ziet om t.b.v. de b.p. over te gaan tot toepassing van de schadevergoedingsmaatregel”, moet worden aangenomen dat het bestreden arrest een misslag bevat v.zv. het dictum de bevestiging inhoudt van het vonnis v.w.b. de door de Rb opgelegde schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad doet de zaak om doelmatigheids¬redenen zelf af.
De uitspraak op rechtspraak.nl