Conclusie A-G Timmerman 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0890
Cassatie in het belang der wet. WSNP. Aanspraak uit nalatenschap die is opgekomen nadat toepassing schuldsaneringsregeling op de voet van art. 354 F. is beëindigd, doch voordat slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Bate die in de boedel valt? Uitleg art. 295 F. Voldoende grond om aan te nemen dat voor toepassing tweede afdeling van titel III F. de schuldsaneringsregeling eindigt door het aflopen van de termijn die ingevolge art. 349a F. voor de betrokken schuldsanering geldt. Bij verkrijging door schuldenaar van goederen na afloop van die termijn, geldt bepaalde in art. 295 lid 1 niet en zulke verkrijgingen behoren dus niet tot de in dat artikel bedoelde boedel. Ook geen nagekomen bate in de zin van art. 194 F., aangezien geen sprake is van voor afloop schuldsaneringstermijn opgekomen bate van de boedel die eerst later bekend is geworden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 356 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 194 Fw
- Artikel 284 Fw
- Artikel 293 Fw
- Artikel 295 Fw
- Artikel 296 Fw
- Artikel 297 Fw
- Artikel 315 Fw
- Artikel 316 Fw
- Artikel 317 Fw
- Artikel 343 Fw
- Artikel 347 Fw
- Artikel 349a Fw
- Artikel 350 Fw
- Artikel 351a Fw
- Artikel 352 Fw
- Artikel 354 Fw
- Artikel 354a Fw
- Artikel 356 Fw
- Artikel 357 Fw