Conclusie A-G Vellinga 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT6454

1. Art. 326 Sr, tenietdoen van een inschuld. 2. Art. 359.2 Sv, uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (u.o.s.). Ad 1. Het middel berust o.m. op de opvatting dat van het tenietdoen van een inschuld als bedoeld in art. 326 Sr geen sprake kan zijn indien de verwerping van een nalatenschap civielrechtelijk aantastbaar is. Die opvatting is onjuist. Ad 2. Uit de (bewijs)overwegingen van het Hof kan t.a.v. verdachte niet volgen dat zij nauw en bewust heeft samengewerkt met haar medeverdachten en dat zij het bewezenverklaarde oogmerk heeft gehad.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen