Conclusie A-G Vellinga 27 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT2105

1. Richtlijn premiefraude werkgevers van 26 oktober 1994 (Stcrt. 1994, 217) en ontvankelijkheid Openbaar Ministerie (OM). 2. Redelijke termijn. Ad 1.) Het Hof heeft vastgesteld dat ten tijde van de vervolgingsbeslissing op basis van de toen bekend zijnde gegevens was voldaan aan de criteria van de destijds geldende Richtlijn en dat daaraan op zichzelf niet afdoet dat achteraf is gebleken dat die gegevens anders moeten worden gewaardeerd. Deze niet-onbegrijpelijke vaststelling getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en draagt het oordeel van het Hof over de ontvankelijkheid van het OM in de vervolging zelfstandig. Ad 2.) Het oordeel van het Hof dat in eerste aanleg geen sprake is geweest van overschrijding van de redelijke termijn, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Het oordeel van het Hof dat bij de behandeling van de zaak in hoger beroep de redelijke termijn weliswaar in zeer lichte mate is overschreden maar dat de verdachte met de constatering daarvan voldoende is gecompenseerd, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet-onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen