Conclusie A-G Silvis 5 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4638
Art. 321 Sr. Verduistering. Doelbinding. Van “zich wederrechtelijk toe-eigenen” a.b.i. art. 321 Sr is sprake indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort (vgl. HR NJ 1990/256). Het Hof heeft vastgesteld dat het slachtoffer aan de verdachte geld heeft geschonken ter bekostiging van plastisch chirurgische ingrepen; dat de verdachte wist dat het geld voor dat doel aan haar ter beschikking was gesteld; en dat de verdachte een gedeelte van het geld voor andere doeleinden heeft aangewend. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat het geld, “gelet op de overeengekomen doelbinding”, slechts aan de verdachte werd geschonken “voor zover zij dit geld ook zou gebruiken in overeenstemming met deze doelbinding”, getuigt het oordeel van het Hof dat de verdachte het in de bewezenverklaring bedoelde geldbedrag zich wederrechtelijk heeft toegeëigend en dat zij tevens het opzet daartoe had, niet van een onjuiste rechtsopvatting.
De uitspraak op rechtspraak.nl