Conclusie A-G Knigge 22 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6742
1. N.o. ingestelde hoger beroep. 2. Verontschuldigbare termijnoverschrijding. Ad 1. Betoogd wordt dat verdachte door ter terechtzitting ten overstaan van de Pr en de griffier te kennen te geven dat hij tegen het vonnis van de Pr hoger beroep wilde instellen, tijdig en rechtsgeldig hoger beroep heeft ingesteld. Dat betoog kan niet als juist worden aanvaard gelet op de gronden zoals in de conclusie AG is uiteengezet. Ad 2. Het Hof had bij de beoordeling van dat verweer dienen te betrekken dat verdachte in eerste aanleg niet door een raadsman werd bijgestaan en voorts dat de wet er niet in voorziet dat een verdachte die, nadat hem ex art. 381 Sv de gelegenheid is geboden om afstand te doen van het openstaande rechtsmiddel ten overstaan van de Pr verklaart dat hij het rechtsmiddel wenst aan te wenden, door die rechter wordt ingelicht omtrent de formaliteiten die daartoe moeten worden vervuld (vgl. HR LJN BL7694). Nu het Hof dat heeft nagelaten is de bestreden beslissing ontoereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af de door het Hof in aanmerking genomen omstandigheid dat op de achterzijde van de inleidende dagvaarding aan verdachte reeds op voorhand bekend was gemaakt op welke wijze en op welke locatie hij hoger beroep kon instellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl