Conclusie A-G Vellinga 22 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1624

Beklag. Beslag ex art. 94a Sv, conservatoir beslag. Maatstaf. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BL2823. De vraag of klager redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van het geld moet worden beschouwd, komt niet aan de orde in een geval als i.c. waarin onder klager beslag is gelegd op de voet van art. 94a Sv en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave van het inbeslaggenomene verzet. Het Hof heeft door te oordelen dat het inbeslaggenomen geldbedrag niet aan klager dient te worden teruggegeven omdat klager niet als rechthebbende van het geldbedrag kan worden aangemerkt, een andere dan de toepasselijke -en dus een onjuiste maatstaf- aangelegd. Voor zover het Hof met dat oordeel tot uitdrukking heeft gebracht dat een ander dan klager redelijkerwijs als rechthebbende moet worden beschouwd, is dat oordeel niet begrijpelijk, in aanmerking genomen 's Hofs overweging dat X ook niet als rechthebbende op het geldbedrag kan worden aangemerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen