Conclusie A-G Timmerman 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356
Enquêterecht. Verzoek als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW kan niet meer worden ingetrokken indien hierop met een uitdrukkelijk dictum is beslist; meest gerede partij kan zich met een verzoek tot beëindiging tot de ondernemingskamer richten. Oordeel dat curatoren van de failliete rechtspersoon naar het beleid en de gang van zaken waarvan onderzoek wordt gedaan, belanghebbenden zijn, onjuist noch onbegrijpelijk. Bij beoordeling beëindigingsverzoek komt voornamelijk betekenis toe aan belangen oorspronkelijke verzoeker(s) en belang rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij haar organisatie zijn betrokken. Indien het belang van alle oorspronkelijke verzoekers bij het onderzoek is weggevallen in verband met een minnelijk regeling tussen hen en alle op het verzoek tot het instellen van een onderzoek in de procedure verschenen belanghebbenden, kan niet spoedig worden aangenomen dat algemene belangen of belangen van derden zo zwaarwegend zijn dat het beëindigingsverzoek moet worden afgewezen. Hoewel bij gebreke van gebleken zwaarwegende belangen van derden, in het onderhavige geval geen ander oordeel kan volgen dan toewijzing van het verzoek tot beëindiging, wijst Hoge Raad zaak terug naar ondernemingskamer met oog op beslissing inzake de kosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 24 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 129 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 134 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 261 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 279 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 282 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 283 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 288 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 332 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 337 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 358 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 398 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 426 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 426b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 427 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 429f Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 429h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 429i Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 73a Fw