Conclusie A-G Keus 22 oktober 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BN6123

Surseance van betaling. Faillissement. Uitvoering PV-overeenkomst. Vordering beheerder landelijk hoogspanningsnet uit hoofde van onbalans boedelschuld? De medewerking, machtiging of bijstand in de zin van art. 288 lid 2 F. kan, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, op verschillende wijzen blijken, waarbij niet is uitgesloten dat deze ligt besloten in een stilzwijgende toestemming van de bewindvoerder voor het laten ontstaan van een bepaalde verbintenis. Daarbij zal met name van belang zijn in hoeverre het gaat om verplichtingen en schulden die van wezenlijke betekenis zijn voor het openhouden van de mogelijkheid van voortzetting of overname van de bedrijfsactiviteiten. Voor het antwoord op de vraag of de onbalansvordering een boedelschuld oplevert, is niet van belang of op de voet van het bepaalde in art. 236 lid 1 F. een termijn is gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen